ECLI:NL:RBMAA:2008:BF0008
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Oosterman-Meulenbeld
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht tot indeling in functie van hoofddocent en betaling achterstallig loon
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat hij met ingang van 1 september 2002 moet worden ingedeeld in de functie van hoofddocent bij Hogeschool Zuyd, alsmede betaling van het achterstallige loon dat hiermee samenhangt.
De werkgever volgde het advies van de Landelijke Bezwarencommissie tot indeling in hoofddocent niet op, met als redenen onder meer dat de omvang van de werkzaamheden niet substantieel zou zijn, het onderzoek niet multidisciplinair en complex genoeg, en dat eiser niet op Ph.D niveau functioneerde. De rechtbank beoordeelde deze redenen als niet voldoende onderbouwd en niet als gewichtige redenen om het advies niet op te volgen.
De rechtbank stelde vast dat eiser verantwoordelijk was voor een afgerond deel van de masteropleiding, zelfstandig multidisciplinair onderzoek verrichtte en deel uitmaakte van een managementteam dat advies gaf aan de directeur. Het functioneren op Ph.D niveau werd door de werkgever onvoldoende gemotiveerd betwist.
Op grond van deze feiten en de functieomschrijvingen oordeelde de rechtbank dat de werkgever het advies van de Commissie in redelijkheid had moeten opvolgen. De vordering tot indeling in de functie van hoofddocent en betaling van het achterstallige loon werd toegewezen, met veroordeling van de werkgever in de proceskosten.
Uitkomst: Hogeschool Zuyd moet eiser indelen als hoofddocent vanaf 1 september 2002 en het achterstallige loon betalen.