ECLI:NL:RBMAA:2008:BF0426
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwerping nalatenschap onder bewind en schuldsanering
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek van een bewindvoerder tot verwerping van de nalatenschap van een overledene namens een meerderjarige onder bewind en saniet in een schuldsaneringsregeling. De situatie betrof een combinatie van beschermingsbewind en een lopende WSNP-regeling.
De rechtbank stelde vast dat de Faillissementswet als lex specialis voorrang heeft boven de algemene bepalingen in Boek 1 en 4 BW. Hierdoor is voor verwerping van de nalatenschap door de bewindvoerder in de schuldsanering een machtiging van de rechter-commissaris vereist. Aangezien deze machtiging ontbrak en de nalatenschap niet beneficiair was aanvaard noch verworpen, werd het verzoek afgewezen.
Ook het verzoek namens de minderjarige dochter werd afgewezen omdat de nalatenschap voor haar vader niet was aanvaard of verworpen, waardoor plaatsvervulling niet aan de orde was. De kantonrechter wees erop dat indien de vader het gezag over de minderjarige zou uitoefenen, hij zelf bevoegd zou zijn een dergelijk verzoek in te dienen.
De rechtbank wees het verzoek tot verwerping van de nalatenschap af en sprak dit uit in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Verzoek tot verwerping van de nalatenschap door de bewindvoerder werd afgewezen wegens ontbreken van machtiging rechter-commissaris.