ECLI:NL:RBMAA:2008:BF0517
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking verklaring van geen bezwaar vertrouwensfunctie wegens onvoldoende motivering
Verzoeker, die een vertrouwensfunctie vervult, kreeg op 5 augustus 2008 de verklaring van geen bezwaar ingetrokken door verweerder, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, naar aanleiding van een hernieuwd veiligheidsonderzoek door de AIVD. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was, omdat verweerder niet expliciet had vermeld dat de intrekking was gebaseerd op gegevens als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder d, van de Wet veiligheidsonderzoeken (Wvo). Hierdoor ontbrak het inzicht in de concrete beweegredenen van verweerder, wat in strijd is met de artikelen 3:46 en 3:47 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hoewel verweerder ter zitting had aangegeven dat dit verzuim in de bezwaarfase kan worden hersteld, was de voorzieningenrechter van oordeel dat zonder voorlopige voorziening verzoeker mogelijk onomkeerbare nadelen zou ondervinden, zoals ontheffing uit zijn vertrouwensfunctie voordat op het bezwaar was beslist.
De voorzieningenrechter besloot daarom het besluit tot intrekking van de verklaring van geen bezwaar te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verklaring van geen bezwaar wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.