ECLI:NL:RBMAA:2008:BF1861
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.C. Oosterman-Meulenbeld
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag na privatisering met onjuiste opzegtermijn en schadevergoeding
Eiser was voor de privatisering in 1998 ambtenaar bij de gemeente Heerlen en ging vervolgens over naar CBB B.V. De vraag was of diens diensttijd bij de gemeente mee moest tellen voor de duur van het dienstverband en opzegtermijn. De rechtbank oordeelde dat CBB het dienstverband bij de gemeente Heerlen had moeten meenemen, waardoor de opzegtermijn drie maanden had moeten zijn in plaats van één maand.
Verder stond vast dat eiser vanaf 12 juni 2007 een lager inkomen had en dat CBB onvoldoende had onderbouwd of eiser aanspraak kon maken op een aanvullende uitkering uit het Sociaal Statuut. Ook werd vastgesteld dat eiser door het ontslag een bruto inkomensachteruitgang van €149,25 per maand leed en dat pensioenschade werd berekend op basis van een redelijke voortzetting van het dienstverband.
De rechtbank verwierp de stelling van CBB dat sprake was van een nieuwe arbeidsovereenkomst en oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was vanwege de lange diensttijd van bijna 18 jaar, de leeftijd van 54 jaar, de beperkte arbeidsmogelijkheden door arbeidsongeschiktheid, en het feit dat CBB een te korte opzegtermijn hanteerde en geen voorzieningen trof.
De kantonrechter veroordeelde CBB tot betaling van een bruto schadevergoeding van €20.000, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2007, en wees het meer of anders gevorderde af. Tevens werd CBB veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het ontslag van eiser is kennelijk onredelijk en CBB is veroordeeld tot een schadevergoeding van €20.000 bruto plus wettelijke rente.