ECLI:NL:RBMAA:2008:BF7586
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegtermijn bij faillissement op grond van overgangsrecht Flexwet
Eiser was sinds 1975 in dienst bij een besloten vennootschap die failliet werd verklaard. De curator zegde de arbeidsovereenkomst op en eiser vroeg het UWV om overname van betalingsverplichtingen op grond van Hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Het UWV stelde de opzegtermijn vast op zes weken, conform artikel 40 van Pro de Faillissementswet en het overgangsrecht van artikel XXI van de Flexwet. Eiser maakte bezwaar tegen deze vaststelling.
De rechtbank overwoog dat artikel XXI van de Flexwet de opzegtermijn fixeert op de termijn die gold op 1 januari 1999, tenzij de werknemer na die datum een langere termijn opbouwt. Omdat eiser na 1 januari 1999 ook een opzegtermijn op grond van het nieuwe recht heeft opgebouwd, maar deze korter was, hoefde de opzegtermijn niet te worden verlengd. De rechtbank verwierp het bezwaar van eiser dat de Flexwet anders moest worden toegepast.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de opzegtermijn correct had vastgesteld en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. De uitspraak werd gedaan door mr. M.A.H. Span-Henkens op 8 oktober 2008.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de opzegtermijn van zes weken juist is vastgesteld.