ECLI:NL:RBMAA:2008:BG4552
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.H.M.J. baron van Hövell tot Westerflier
- H.H.F. Lambie
- H.M.G. Hartmann
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verlenging pachtovereenkomst Neubourg na overgangsrecht
De zaak betreft een geschil over de verlenging van een pachtovereenkomst betreffende de hoeve Neubourg. Eisers stelden dat de pachtovereenkomst van rechtswege met zes jaar was verlengd op grond van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (artikel 7:325 BW Pro) dat per 1 september 2007 in werking trad. Zij vorderden primair een verklaring voor recht dat de overeenkomst verlengd is tot 15 maart 2015.
De rechtbank oordeelde dat deze primaire vordering niet toewijsbaar is omdat zij uitgaat van een rechtstoestand die zich pas na 15 maart 2009 zal voordoen. Verder waren eisers niet ontvankelijk in hun subsidiaire vorderingen tot verlenging op grond van de oude Pachtwet, die per 1 september 2007 is vervallen. Daarnaast had eisers verzuimd tijdig verlenging te verzoeken terwijl de verpachter geen opzegging had gedaan.
De rechtbank benadrukte dat volgens het nieuwe recht de pachtovereenkomst alleen van rechtswege wordt verlengd indien de verpachter niet tijdig opzegt, maar dat de pachter geen verlenging kan afdwingen. De beschikking van het gerechtshof Arnhem van 3 juli 2007 bepaalde bovendien dat alleen de pachter(s) die in de rechten van de huidige pachter zijn getreden verlenging kunnen verzoeken in het voorlaatste pachtjaar. Eisers konden zich hier niet op beroepen.
De rechtbank veroordeelde eisers in de proceskosten en wees alle vorderingen af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de pachtovereenkomst af en verklaart eisers niet ontvankelijk in de subsidiaire vorderingen.