ECLI:NL:RBMAA:2008:BG9873

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
2 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
285445 WM VERZ 08-779
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 9 WAHVArt. 11 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling overschrijding redelijke termijn bij Wet Mulder boete

Betrokkene stelde beroep in tegen een boete opgelegd wegens overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 9 km/h. Het beroep werd tijdig ingesteld en de betaling van de sanctie was verzekerd binnen de wettelijke termijn. Betrokkene verscheen niet op de zitting, vertegenwoordigd door zijn raadsman.

De kern van het geschil betrof de vermeende overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, waarbij werd aangevoerd dat de periode tussen de ontvangstbevestiging van het beroep en de oproeping voor de zitting langer dan twaalf maanden was. De verdediging ondersteunde dit met een arrest van het Gerechtshof Leeuwarden.

De rechtbank oordeelde dat de termijn van twaalf maanden niet was overschreden, aangezien de oproeping voor de zitting binnen deze termijn was verzonden. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat bij overschrijding matiging van de boete passend is, maar dat dit hier niet aan de orde was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de Wet Mulder-boete wordt ongegrond verklaard en de boete wordt gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Kanton
Locatie Maastricht
CJIB-nr : [nummer]
Zaaknr : 285445 \ WM VERZ 08-779
Beslissing op een beroep ex artikel 9 Wet Pro Administratiefrechtelijke Handhaving
Verkeersvoorschriften (WAHV)
Beslissing op het beroep van:
[betrokkene],
[adres].
Betrokkene heeft tijdig beroep ingesteld tegen een beslissing van de Officier van Justitie met bovenvermeld CJIB-nummer.
Binnen de in artikel 11 lid 3 van Pro de Wet Admini¬stratieve Handhaving Verkeersvoorschriften voorgeschreven termijn is zekerheid gesteld voor de betaling van de door de Officier van Justitie opgelegde sanctie.
Betrokkene dient derhalve in het beroep te worden ontvangen.
Ter mondelinge behandeling van 18 september 2008 is betrokkene, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Namens het Openbaar Ministerie is mevr. L. Boereboom verschenen.
Betrokkene kan zich niet verenigen met het feit dat een administratieve beschikking is opgelegd ter zake de gedraging “overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met 9 km/h”, verricht op 13 februari 2007 te Maastricht.
Mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te 6099 CS Beegden, aan de Duinenberg 6, heeft namens betrokkene aangevoerd dat sprake is van overtreding van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling bij de Kantonrechter. Mr. Meerts heeft ter onderbouwing van zijn beroep een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden overgelegd van 24 juni 2008, WAHV 108.003.620, waarin het Hof oordeelt dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn wanneer betrokkene niets vernomen heeft van de zijde van justitie bij verloop van een periode van bijna een jaar vanaf het moment van de ontvangstbevestiging van het beroep door de Kantonrechter tot aan de oproeping voor de zitting.
Mr. Meerts heeft namens betrokkene verzocht in het kader van beroepsmatig verleende rechtshulp een proceskostenvergoeding toe te kennen.
Het Openbaar Ministerie acht het namens betrokkene gevoerde verweer ongegrond.
In het onderhavige geval heeft betrokkene beroep ingesteld op 10 augustus 2007. Bij schrijven van 16 augustus 2007 is een ontvangstbevestiging van het beroep aan betrokkene verstuurd. Bij schrijven van 23 juli 2008 is aan betrokkene een oproeping voor de zitting bij de Kantonrechter verstuurd. De Kantonrechter is van oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, aangezien de eerder door de Kantonrechter te Maastricht (283167 WM VERZ 08-655) gehanteerde termijn van 12 maanden tussen de ontvangstbevestiging van het beroep en de oproeping voor de zitting bij de kantonrechter niet overschreden is.
De Kantonrechter hecht er aan op deze plek te benadrukken dat, in navolging van de Hoge Raad, 17 juni 2008, LJN: BD2578, in geval van overschrijding van de redelijke termijn als sanctionering niet zonder meer gegrondverklaring of niet-ontvankelijkheid zal worden uitgesproken, maar dat eerder matiging van de opgelegde boete in de rede ligt.
Een en ander brengt met zich dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard en de proceskostenvergoeding moet worden afgewezen.
BESLISSING:
Verklaart het beroep ongegrond.
Handhaaft de beschikking van de Officier van Justitie.
Wijst de proceskostenvergoeding af.
Aldus gegeven door mr R.H.J. Otto, Kantonrechter, en uitgesproken in het openbaar op donderdag 2 oktober 2008, in tegenwoordigheid van de Griffier.