ECLI:NL:RBMAA:2009:BH1961
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- E.V.L. Heuts
- M.A.H. Span-Henkens
- Rechtspraak.nl
Ontslag van burgerambtenaar bij Defensie na onherroepelijke veroordeling wegens harddrugs-smokkel
Eiser was sinds 1989 burgerambtenaar bij het Ministerie van Defensie en was vanaf 1 juli 2006 herplaatsingkandidaat tot 1 november 2007. Hij werd veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf (waarvan drie voorwaardelijk) en 180 uur werkstraf wegens harddrugs-smokkel, met een onherroepelijke veroordeling op 26 september 2007.
Verweerder, de Commandant van de Landstrijdkrachten, verleende eiser op 25 oktober 2007 ontslag per 1 november 2007 op grond van artikel 100 Bard Pro, later gewijzigd in artikel 121, eerste lid, onder e, Bard. Eiser maakte bezwaar tegen het ontslag en voerde aan dat hij feitelijk niet werkzaam was, het ontslag onevenredig was vanwege het ontbreken van een WW-uitkering en zijn lange diensttijd niet was meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat eiser nog steeds in dienst was en dat verweerder bevoegd was tot ontslag. De ernstige aard van het drugsvergrijp schaadt het vertrouwen in de krijgsmacht, waardoor het ontslag gerechtvaardigd en evenredig is. De wijziging van de grondslag in bezwaar is toegestaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het ontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft gehandhaafd.