ECLI:NL:RBMAA:2009:BH3099

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
17 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
125619 / HA RK 07-109
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.F.W. Huinen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 RvArt. 6 EVRMArt. 269 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot gesloten deuren bij getuigenverhoor wegens persoonlijke levenssfeer

De rechtbank Maastricht behandelde een incident over het al dan niet met gesloten deuren voortzetten van een getuigenverhoor in een civiele procedure. Op verzoek van de verweerster werd gevraagd het verhoor van een getuige, waarbij gebruik werd gemaakt van nieuwe processtukken, achter gesloten deuren voort te zetten vanwege de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de getuige.

De rechtbank overwoog dat het uitgangspunt in het Nederlandse procesrecht de openbaarheid van de terechtzitting is, zoals ook verankerd in artikel 27 Rv Pro. en artikel 6 EVRM Pro. Alleen onder zeer bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. De stukken die tijdens het verhoor aan de orde kwamen, bevatten deels seksuele inhoud en uitingen van genegenheid, maar de getuige stelde dat deze stukken verzonnen waren en bedoeld als reactie op eerdere uitlatingen.

De rechtbank concludeerde dat deze omstandigheden niet als zeer bijzonder konden worden aangemerkt die het belang van openbaarheid zouden moeten laten wijken. Daarom werd het verzoek tot het houden van het getuigenverhoor met gesloten deuren afgewezen.

Uitkomst: Verzoek tot het houden van het getuigenverhoor met gesloten deuren wordt afgewezen; verhoor vindt openbaar plaats.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Datum uitspraak : 17 februari 2009
Zaaknummer : 125619 / HA RK 07-109
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven in het incident betreffende het al dan niet met gesloten deuren verder horen van [Naam getuige]
inzake
[Naam verzoekster],
wonende te [ woonplaats],
verzoekster,
advocaat mr. A.F.G. Pennino;
tegen:
BISDOM ROERMOND,
gevestigd te Roermond,
verweerster,
advocaten mr. W. van de Wier en mr. E.C.E. Schnackers;
1. Het verloop van de procedure
Bij beschikking van 28 februari 2008 heeft de rechtbank op verzoek van [verzoekster] een voorlopig getuigenverhoor bevolen.
Op 11 februari 2009 is een aanvang gemaakt met het horen van [Naam getuige] als getuige.
Tijdens dit verhoor heeft mr. Pennino te kennen gegeven vragen te willen stellen en daarbij gebruik te maken van in deze procedure niet eerder overgelegde stukken.
Na een schorsing van het getuigenverhoor, ten einde verweerster en de rechtbank kennis te laten nemen van de inhoud van deze stukken, heeft de rechtbank – niettegenstaande het bezwaar daartegen van verweerster – het gebruik van deze stukken toegestaan, waarna deze zijn overgelegd. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat deze stukken van belang zouden kunnen zijn voor de waardering van de verklaring van [Naam getuige] betreffende het bewijsonderwerp.
Deze stukken zijn vervolgens door de rechtbank genummerd van A tot en met L.
Verweerster heeft, onder verwijzing naar artikel 27 lid 1 aanhef Pro en onder c van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.), verzocht het getuigenverhoor van [Naam getuige], voor zover daarbij gebruik zal worden gemaakt van de stukken A tot en met L, met gesloten deuren te houden.
De rechtbank heeft vervolgens besloten dit verzoek als een procedureel incident te behandelen, waartoe het getuigenverhoor is geschorst.
De rechtbank heeft besloten de behandeling van dit incident in het belang van een goede rechtspleging achter gesloten deuren te laten plaatsvinden, omdat niet op voorhand kan worden gezegd of er al dan niet besloten dient te worden tot het openbaar houden van de voortzetting van het verhoor van [Naam getuige]. Het vernemen van de standpunten van partijen, alsmede van de zienswijze van de belanghebbende [Naam getuige], is immers niet te geven zonder dat al openbaar wordt wat wellicht besloten dient te blijven.
2. De beoordeling
De standpunten van partijen
Verweerster heeft, samengevat, gesteld, dat zij haar voormelde verzoek baseert op de zinsnede in artikel 27 Rv Pro. dat “….. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen”. Verweerster is van mening dat daarbij dient te worden meegenomen de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [Naam getuige] in relatie tot [Verzoekster]. Door het in het openbaar bij het verhoor van [Naam getuige] betrekken van de gemelde processtukken A tot en met L wordt de persoonlijke levenssfeer van [Naam getuige] aangetast en wordt [Naam getuige] beschadigd. Van belang is hierbij, aldus verweerster, dat deze stukken voor het bewijsonderwerp van het verzochte getuigenverhoor niet van belang zijn.
[Naam getuige] heeft zich bij dit verzoek aangesloten.
Samengevat is verzoekster van mening dat openbaarheid van een getuigenverhoor het uitgangspunt is. Artikel 27 Rv Pro. geeft limitatief aan wanneer dit anders kan zijn.
De persoonlijke levenssfeer van verweerster is, blijkens het verzoek, niet aan de orde.
Voor zover de wetgever al heeft bedoeld dat een getuigenverhoor met gesloten deuren kan plaatsvinden in het belang van de persoonlijke levenssfeer van een getuige, dient dat tot een hoge uitzondering te zijn beperkt. Het belang van [Naam getuige] bij het met gesloten deuren gehoord worden, voor zover daarbij de stukken A tot en met L aan de orde komen, dient niet te prevaleren boven het in het openbaar voortzetten van het horen van deze getuige. De rechtbank kan het beantwoorden van bepaalde vragen wel of niet toelaten. Dit biedt voldoende waarborg voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van [Naam getuige].
Het juridische kader
Artikel 27 Rv Pro. geeft een limitatieve opsomming van de gevallen waarin de rechter kan bevelen dat de behandeling geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren kan geschieden.
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van een getuige wordt niet genoemd.
Artikel 27 Rv Pro. dient te worden bezien in het licht van het in het Nederlandse proces doorwerkende artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De openbare behandeling van een zaak is uitgangspunt.
In het eerste lid van artikel 6 EVRM Pro wordt onder meer aangegeven dat de toegang tot de rechtszaal aan de pers en het publiek kan worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, wanneer de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eist “of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.”
In het Nederlandse strafprocesrecht is in artikel 269 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafvordering deze in artikel 6 EVRM Pro genoemde uitzondering op het openbaar zijn van de terechtzitting onder andere verwoord onder de omstandigheid dat: “….. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, andere procesdeelnemers of anderszins bij de zaak betrokkenen dit eisen.”
De rechtbank is van oordeel dat artikel 27 Rv Pro. gelezen in samenhang met artikel 6 EVRM Pro zo moet worden verstaan dat slechts onder zeer bijzondere omstandigheden de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van een getuige, door het geheel of ten dele horen van die getuige met gesloten deuren, dient te prevaleren boven het grote belang van de openbaarheid van een terechtzitting.
Geen sluiting van de deuren
De rechtbank is van oordeel dat het verhoor van [Naam getuige], voor zover daarbij de stukken A tot en met L aan de orde komen, ook dient plaats te vinden in het openbaar. Daartoe overweegt de rechtbank het navolgende.
De vraag ligt voor of zich dergelijke zeer bijzondere omstandigheden, die eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [Naam getuige] eisen, voordoen.
De stukken A tot en met L betreffen deels stukken met een seksuele lading en betreffen deels uitingen van genegenheid van de getuige [Naam getuige] voor [Verzoekster].
[Naam getuige] heeft als zijn zienswijze, ter gelegenheid van het met gesloten deuren behandelde incident, te kennen gegeven dat deze stukken een verzinsel beschrijven. Van een relatie of anderszins met [Verzoekster] is geen sprake geweest. Deze stukken zijn, aldus [Naam getuige], een opzetje van [Verzoekster] en hem om [de deken] “een koekje van eigen deeg” te geven als reactie op uitlatingen van [de deken] over hem, [Naam getuige].
De rechtbank is van oordeel dat deze stukken met een volgens [Naam getuige] verzonnen inhoud, juist omdat het een verzinsel zou zijn, geen “zeer bijzondere omstandigheden” betreffen die rechtvaardigen dat het grote belang van de openbaarheid van een terechtzitting moet wijken voor een op deze omstandigheden gegrond verzoek de persoonlijke levenssfeer van [Naam getuige] te eerbiedigen.
3. De beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.F.W. Huinen, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.
JH