ECLI:NL:RBMAA:2009:BH4127
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M. Etman
- E.W.A. van den Berg
- M.C.A.E. van Binnebeke
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen afname en opslag DNA-profiel minderjarige veroordeelde ongegrond verklaard
De rechtbank Maastricht behandelde het bezwaarschrift van een minderjarige veroordeelde die zich verzette tegen de afname en opslag van zijn DNA-profiel in de landelijke databank. De veroordeelde was eerder door de kinderrechter veroordeeld wegens brandstichting en fietsendiefstal, waarna op bevel van de officier van justitie DNA-celmateriaal werd afgenomen.
De raadsman voerde aan dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden onvoldoende rekening houdt met de belangen van minderjarigen en dat de maatregel disproportioneel is, met schending van diverse internationale verdragsbepalingen zoals het IVRK en het EVRM. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bij het ontwerpen van de wet wel degelijk een belangenafweging heeft gemaakt en dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer niet willekeurig of onrechtmatig is.
De rechtbank verwierp het beroep op de uitzonderingsbepaling van de wet, mede vanwege de ernst van het misdrijf (opzettelijke brandstichting met gemeen gevaar) en de recidive van de veroordeelde ondanks begeleiding. Ook werd geoordeeld dat de afname van DNA geen straf of sanctie is, maar een legitiem middel ter opsporing van strafbare feiten.
De rechtbank concludeerde dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden voldoet aan de vereisten van het EVRM, waaronder de proportionaliteit en noodzakelijkheid in een democratische samenleving. Het bezwaarschrift werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de afname en opslag van DNA-profiel van de minderjarige veroordeelde wordt ongegrond verklaard.