ECLI:NL:RBMAA:2009:BH5030
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens alcoholmisbruik
Verzoeker, die een rijbewijs nodig heeft voor zijn friteswagen, werd geconfronteerd met een besluit tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs vanwege alcoholmisbruik, vastgesteld in een psychiatrisch onderzoek. Hoewel hij in een strafrechtelijke procedure werd vrijgesproken van rijden onder invloed, handhaafde het CBR het besluit op basis van een specialistisch rapport en bloedwaarden die duiden op langdurig alcoholmisbruik.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bestuursrechtelijke besluit losstaat van de strafrechtelijke uitspraak en dat het proces-verbaal van de politie voldoende aanleiding gaf voor het onderzoek naar rijgeschiktheid. De bloedwaarden en psychiatrische diagnose voldeden aan de criteria van de Regeling eisen geschiktheid 2000, waardoor de ongeldigverklaring gerechtvaardigd was.
Gelet op de belangenafweging en het spoedeisend belang van verzoeker, werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen omdat het onwaarschijnlijk was dat het besluit in de hoofdzaak zou worden vernietigd. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 20 februari 2009 en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.