ECLI:NL:RBMAA:2009:BH5918
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring en verwijzing inzake verzoek intrekking voorlopige voogdij en ondertoezichtstelling
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, alsmede een aanvullend verzoek tot intrekking van de voorlopige voogdij. De minderjarige staat onder gezag van de Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, die belast is met de voorlopige voogdij door een beschikking van de kinderrechter te Roermond.
De kinderrechter te Maastricht heeft geoordeeld dat hij op grond van artikel 241 lid 6 BW Pro niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek tot intrekking van de voorlopige voogdij, aangezien deze beslissing door de kinderrechter te Roermond is genomen. Tevens acht de kinderrechter zich onbevoegd ten aanzien van het verzoek tot ondertoezichtstelling, omdat de minderjarige onder gezag staat van de Stichting Bureau Jeugdzorg Roermond en de kinderrechter te Roermond op grond van artikel 12 BW Pro bevoegd is.
Daarom heeft de kinderrechter te Maastricht zich onbevoegd verklaard ten aanzien van beide verzoeken en de zaak verwezen naar de kinderrechter te Roermond. De procedure vond plaats met inachtneming van de wettelijke bepalingen omtrent bevoegdheid en gezag over de minderjarige.
Uitkomst: De kinderrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de kinderrechter te Roermond.