ECLI:NL:RBMAA:2009:BH5959
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- F.B. Bergmans
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en ontruiming van pachtovereenkomst voor klein perceel los land
In deze zaak stond de opzegging van een mondelinge pachtovereenkomst centraal, waarbij eisers als eigenaren van een perceel los land de pachter hebben opgezegd per 1 juli 2008. Het perceel is kleiner dan een hectare, waardoor artikel 7:395 BW Pro van toepassing is, dat het dwingend recht van de Pachtwet beperkt voor kleine percelen. De pachter betwistte de opzegging en vorderde medewerking aan een schriftelijke pachtovereenkomst, maar de rechtbank oordeelde dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over een schriftelijke vastlegging.
De rechtbank stelde vast dat de pachtovereenkomst onder het oude recht was gesloten, maar dat het nieuwe recht met artikel 7:395 BW Pro directe werking heeft, waardoor de pacht opzegbaar is. De pachter kon geen beroep doen op overgangsrecht dat opzegging zou verhinderen. De opzegging werd als redelijk en rechtsgeldig beschouwd, mede gezien de korte termijn en het feit dat het perceel slechts een klein deel van het agrarisch bedrijf betreft.
De voorzieningenrechter veroordeelde de pachter tot ontruiming binnen een maand na betekening van het vonnis, met een dwangsom van €300 per dag tot een maximum van €9.000. Tevens werd de pachter veroordeeld in de proceskosten en werd de reconventionele vordering tot medewerking aan schriftelijke vastlegging afgewezen wegens gebrek aan belang.
Uitkomst: De pachtovereenkomst is rechtsgeldig opgezegd en de pachter is veroordeeld tot ontruiming binnen een maand.