ECLI:NL:RBMAA:2009:BI5156
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgangsregeling en oplegging dwangsom bij weigering medewerking moeder
De vader verzocht de rechtbank om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind vast te stellen, waarbij hij elke zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur omgang zou hebben. Tevens vroeg hij om een dwangsom op te leggen aan de moeder indien zij niet zou meewerken aan de omgangsregeling.
De moeder verzette zich tegen de omgang en stelde dat dit in strijd zou zijn met de zwaarwegende belangen van het kind, onder meer vanwege vermoedens van seksueel misbruik door de vader. Deze vermoedens zijn echter nooit aangetoond en leidden niet tot een strafrechtelijk onderzoek. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde observatiecontacten tussen vader en kind, maar de moeder weigerde hieraan mee te werken.
De rechtbank oordeelde dat het recht op omgang een wettelijk uitgangspunt is en dat geen van de limitatief genoemde ontzeggingsgronden aanwezig is. Het belang van het kind bij omgang met beide ouders werd benadrukt. Gezien de weigering van de moeder om mee te werken, werd de dwangsom van €250 per keer dat zij niet meewerkt opgelegd om naleving af te dwingen.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en stelt de omgangsregeling vast met onmiddellijke ingang.
Uitkomst: De rechtbank stelt omgangsregeling vast en legt dwangsom op bij weigering medewerking moeder.