ECLI:NL:RBMAA:2009:BI5226
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.J.M. Bruijnzeels
- M. Hillen
- M.A.H. Span-Henkens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering onverschuldigd betaalde AOW-uitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Eiseres werd geconfronteerd met een terugvordering van €29.195,59 wegens onverschuldigd betaalde AOW-uitkeringen over de periode december 1998 tot mei 2007. Verweerder had de terugvordering vastgesteld op basis van artikel 5 van Pro het Wijzigingsbesluit, omdat eiseres niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan.
De rechtbank overwoog dat de Centrale Raad van Beroep in eerdere jurisprudentie had bevestigd dat artikel 5 van Pro het Wijzigingsbesluit van 26 februari 1999 dient te worden toegepast bij schending van de inlichtingenverplichting, zonder dat een beoordeling van geobjectiveerde verwijtbaarheid aan de orde is. Dit betekent dat verweerder terecht artikel 5 toepaste Pro in plaats van artikel 6.
Eiseres voerde aan dat de verwijtbaarheid betwist werd en dat de invordering te lang zou duren, maar de rechtbank vond geen grond om het besluit te vernietigen. Het beleid van verweerder om slechts in uitzonderlijke gevallen af te zien van terugvordering wegens dringende redenen werd als rechtmatig beoordeeld. De maandelijkse aflossingscapaciteit van €38,13 werd niet overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit tot terugvordering en de wijze van invordering. Het beroep op onvoldoende motivering werd eveneens verworpen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot terugvordering van onverschuldigd betaalde AOW-uitkeringen wordt gehandhaafd.