ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ2774
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident en verbreking intentieovereenkomst Qbic en Golden Tulip
Qbic, bestaande uit drie Nederlandse vennootschappen en een Luxemburgse vennootschap, vordert betaling van Golden Tulip wegens verbreking van een intentieovereenkomst en daarop volgende separate overeenkomsten voor exploitatie van het Qbic-concept.
Golden Tulip betoogt dat de rechtbank Maastricht niet bevoegd is, verwijzend naar het EVEX Verdrag en de hoofdregel dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is, in dit geval Zwitserland. Qbic stelt dat de verbintenis in Nederland is uitgevoerd of zou worden uitgevoerd, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is.
De rechtbank oordeelt dat de intentieovereenkomst een verbintenis uit overeenkomst is en dat de uitvoering grotendeels in Nederland plaatsvindt, mede door de toepassing van Nederlands recht en voorbereidende werkzaamheden in Nederland. De subsidiaire stelling van Golden Tulip dat arbitrage in Nederland bevoegd is, faalt omdat de separate overeenkomsten niet zijn geformaliseerd.
De rechtbank wijst het incident tot onbevoegdverklaring af en verklaart zich bevoegd. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling, met een rolzitting gepland op 29 juli 2009.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst de exceptie tot onbevoegdverklaring af.