ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ8021
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling wegens beëindiging toezicht
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek tot opheffing van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen. De ouders oefenden gezamenlijk het ouderlijk gezag uit en er bestond een ondertoezichtstelling door bureau jeugdzorg sinds 9 september 2008 voor de duur van een jaar. Bureau jeugdzorg vroeg op 7 mei 2009 tussentijdse opheffing aan. De moeder stemde in met opheffing, terwijl de vader bezorgd was over de angstige reactie van de kinderen op het onderwerp vader en wilde nader onderzoek.
Tijdens de procedure bleek dat het niet gelukt was om een opbouw van omgang tussen vader en kinderen te realiseren. De kinderrechter achtte inschakeling van een forensisch mediator van belang en wilde mr.drs. Coolen benoemen. Echter, de ondertoezichtstelling eindigde op 8 september 2009 zonder dat verlenging was aangevraagd door bureau jeugdzorg, ouders of de Raad voor de Kinderbescherming. De kinderrechter mocht de ondertoezichtstelling niet ambtshalve verlengen.
Hierdoor was er geen juridisch kader meer om te beslissen over het verzoek tot opheffing of een deskundigenbericht te vragen. Daarom werd bureau jeugdzorg niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek. De kinderrechter achtte deze uitkomst niet in het belang van de kinderen. Tegen de beschikking kon hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk verklaard wegens beëindiging van de ondertoezichtstelling.