ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ8247
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.A.F. Coenegracht
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvorderingen tussen werkneemster en werkgever wegens onduidelijkheid over WW-uitkering
De werkneemster vorderde betaling van achterstallig loon van haar werkgever, Stichting Groenekruis Domicura (GKD), over de periode van 23 augustus 2005 tot 8 juli 2006. GKD stelde daartegenover dat zij juist teveel loon had betaald en vorderde terugbetaling van een bedrag van € 6.125,98 bruto. Beide partijen baseerden hun vorderingen op artikel 36 van Pro de cao thuiszorg, waarin loonbetalingsverplichtingen tijdens ziekte en de verrekening met WW-uitkeringen zijn geregeld.
De kantonrechter stelde vast dat de werkneemster ongeschikt was voor haar arbeid wegens zwangerschap tot 19 maart 2004 en vanaf 8 juli 2004 wegens andere redenen. GKD was verplicht het loon gedurende twee jaar door te betalen, waarbij de WW-uitkering in mindering mocht worden gebracht. Uit de stukken bleek dat GKD in de periode november 2004 tot juli 2005 de WW-uitkering aan zichzelf had ontvangen en het volledige loon aan de werkneemster had betaald, met instemming van de werkneemster.
De berekeningen van beide partijen bleken onjuist doordat zij niet alle relevante WW-uitkeringen en loonbetalingen correct in aanmerking hadden genomen. Uiteindelijk concludeerde de kantonrechter dat GKD bruto € 1.614,14 teveel had betaald, maar dat dit bedrag niet zonder meer teruggevorderd kon worden omdat de werkneemster niet wist of had kunnen weten dat zij teveel had ontvangen. De complexe situatie en het ontbreken van een definitief standpunt van het UWV maakten het moeilijk voor partijen om hun vorderingen correct te bepalen.
Daarom wees de rechtbank zowel de vordering in conventie als in reconventie af en compenseerde de proceskosten, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de loonvorderingen van werkneemster en werkgever af en compenseert de proceskosten.