ECLI:NL:RBMAA:2009:BJ8985
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens openlijk geweld in atelier met partieel noodweer
Op 9 juli 2008 gingen verdachte, zijn broer en twee anderen naar het atelier van het slachtoffer om verhaal te halen over een mishandeling van de zus van verdachte. Zij namen pepperspray en breekijzers mee. Het conflict escaleerde waarbij het slachtoffer met een mes zwaaide en stak, en de broer van verdachte en een vriend van verdachte werden gedood.
De rechtbank oordeelde dat verdachte samen met anderen openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd door het gebruik van pepperspray en het aanwezig zijn bij het slaan met een breekijzer. Het geweld vond plaats in een publiek toegankelijke ruimte en was zichtbaar voor omstanders.
Het beroep op noodweer werd partieel gehonoreerd voor het spuiten met pepperspray, omdat dit een noodzakelijke verdediging was tegen een ogenblikkelijke aanranding. Voor het overige werd verdachte strafbaar verklaard, maar de rechtbank legde geen straf op vanwege het geringe aandeel van verdachte en de dramatische gevolgen.
De rechtbank verwierp het standpunt van de verdediging dat het geweld niet openlijk was omdat het binnen een woning plaatsvond, gezien de zichtbaarheid vanuit de openbare ruimte. De officier van justitie had een voorwaardelijke werkstraf geëist, maar de rechtbank besloot tot ontslag van alle rechtsvervolging voor het pepperspraygebruik en geen straf voor het overige.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Maastricht op 30 september 2009.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor openlijk geweld met partieel ontslag van rechtsvervolging voor pepperspraygebruik en geen straf opgelegd.