ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0039
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens schending redelijke termijn bij fraude arbeidsongeschiktheidsuitkering
De verdachte werd verdacht van het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan het GAK en/of UWV, waardoor hij mogelijk ten onrechte een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving. De feiten betreffen de periode van 1 januari 2000 tot en met 16 oktober 2005 in de gemeente Schinnen.
De officier van justitie bracht de zaak op 13 juli 2006 bij de politierechter in, die de zaak verwees naar de meervoudige kamer. De verdachte werd pas op 22 april 2009 voor het eerst opgeroepen om te verschijnen tegen 18 mei 2009. De rechtbank oordeelde dat hierdoor de redelijke termijn van artikel 6 EVRM Pro is overschreden.
De officier van justitie vorderde daarop zelf niet-ontvankelijkheid wegens deze termijnoverschrijding. De rechtbank nam bij haar oordeel ook de aard en ernst van de zaak in beschouwing, maar concludeerde dat de schending van de redelijke termijn zwaarder weegt.
Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging, waarmee de strafzaak werd beëindigd zonder inhoudelijke beoordeling van de schuldvraag.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de redelijke termijn.