ECLI:NL:RBMAA:2009:BK0211
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot buiten invordering stellen van ouderbijdrage Wet op de jeugdzorg
Eiser verzocht om de ouderbijdrage, verschuldigd ingevolge de Wet op de jeugdzorg over de periode september 2006 tot mei 2007, buiten invordering te stellen vanwege zijn zwervend bestaan en het ontbreken van inkomsten in die periode.
Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet viel onder de limitatief opgesomde categorieën in artikel 71b van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg, waarin situaties zijn opgenomen die leiden tot buiten invorderingstelling. Eiser stelde dat dit onderscheid in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en artikel 1 van Pro de Grondwet.
De rechtbank oordeelde dat het Uitvoeringsbesluit een limitatieve opsomming geeft van gevallen waarin buiten invorderingstelling mogelijk is, en dat eiser met zijn situatie van zwervend bestaan niet onder deze categorieën valt. Dit onderscheid is gerechtvaardigd omdat bij de genoemde categorieën vooraf vaststaat dat betaling vrijwel onmogelijk is, terwijl bij eiser geen controle mogelijk is op inkomsten.
Daarom is het beroep van eiser ongegrond verklaard en is het besluit van verweerder tot afwijzing van het verzoek tot buiten invorderingstelling gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van het verzoek tot buiten invordering stellen van de ouderbijdrage wordt ongegrond verklaard.