ECLI:NL:RBMAA:2009:BK1061
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- A.J. Hazen
- A.M.A. Eijck
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige
De rechtbank Maastricht behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige. Het bewijs bestond voornamelijk uit de verklaring van het slachtoffer en verklaringen van familieleden met wie het slachtoffer het incident had besproken. Verdachte ontkende elk contact met het slachtoffer op de betreffende dag.
De rechtbank constateerde dat de verklaring van het slachtoffer veel vragen opriep en dat het moeilijk was vast te stellen in hoeverre deze verklaring gebaseerd was op feitelijke waarnemingen of beïnvloed was door de emotionele reacties van familieleden. Er was geen medisch bewijs of andere ondersteunende bewijsstukken die de verklaring konden bevestigen.
De gedragsveranderingen van het slachtoffer werden pas na een andere ingrijpende gebeurtenis vastgesteld, wat de betrouwbaarheid van het bewijs verder ondermijnde. Verdachte ontkende niet alleen het feit, maar ook het contact met het slachtoffer, wat niet werd weerlegd door ander bewijs.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij. De vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.