ECLI:NL:RBMAA:2009:BK8219
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke straf wegens ontbreken pseudokoop en infiltratie bij drugsrunnerzaak
Op 10 april 2009 werd verdachte in Maastricht betrapt op voorbereidingshandelingen voor de verkoop van heroïne en cocaïne. Het onderzoek werd uitgevoerd door het joint hit team, dat volgens de rechtbank geen internationaal gemeenschappelijk onderzoeksteam is zoals bedoeld in artikel 552qa Sv. De verbalisanten traden op als Franse drugsverkopers, maar er was geen sprake van een wettige pseudokoop of infiltratie omdat niet aan de wettelijke voorwaarden van respectievelijk artikel 126i en 126h Sv was voldaan.
De verdediging voerde vormverzuimen aan en stelde dat bewijsmateriaal uitgesloten moest worden, onder meer vanwege het ontbreken van een bevel tot infiltratie en het niet naleven van Salduz-rechten. De rechtbank verwierp deze verweren omdat het joint hit team niet onder de strikte regels van internationale onderzoeksteams viel en de opsporingsbevoegdheden correct waren toegepast.
De politierechter achtte bewezen dat verdachte samen met een ander voorbereidingshandelingen verrichtte voor de verkoop van verdovende middelen en veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 20 uur. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. De straf is relatief mild gelet op het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld en de aard van de feiten.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van overige tenlasteleggingen en veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een werkstraf van 20 uur wegens voorbereidingshandelingen voor drugshandel.