ECLI:NL:RBMAA:2009:BL0241
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging omgangsregeling en toedeling zorg- en opvoedingstaken tussen ouders met verblijfplaats kind in Nederland
De moeder verzocht de rechtbank Maastricht om wijziging van twee vonnissen van de rechtbank te Granada (Spanje) inzake de omgangsregeling met haar minderjarige kind, dat sinds 2006 in Nederland woont. De vader woont in de Verenigde Staten en voerde verweer tegen de Nederlandse bevoegdheid en stelde dat de Spaanse rechter exclusief bevoegd is. De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd is omdat het kind haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft en dat Nederlands recht van toepassing is op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961.
De moeder wilde de omgangsregeling op nihil stellen, behoudens telefonisch contact, vanwege spanningen en vermeend agressief gedrag van de vader. De vader wilde juist de omgang uitbreiden en stelde dat de moeder communicatie bemoeilijkt. De rechtbank vond onvoldoende feiten voor een tijdelijk verbod op omgang en stelde vast dat omgang in het belang van het kind is. De omgangsregeling werd aangepast aan de Nederlandse schoolvakanties, waarbij de zomervakantie en kerstvakantie verdeeld werden en de vader recht heeft op reizen met het kind naar Spanje en de Verenigde Staten.
Verder werd bepaald dat de vader wekelijks telefonisch contact kan hebben met het kind via computer en telefoon, en dat de moeder de vader moet informeren over belangrijke aangelegenheden zoals schoolresultaten en medische zaken. Het verzoek tot dwangsom werd afgewezen om de communicatie tussen ouders niet te verslechteren. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere ouder zijn eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en hoger beroep is mogelijk bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de omgangsregeling en stelt een gedetailleerde regeling vast voor zorg- en opvoedingstaken met wekelijkse communicatie en vakantiebased omgang.