ECLI:NL:RBMAA:2010:BK9322
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Wijziging voorlopige voorziening onderhoudsbijdrage na onvolledige gegevens
De vrouw verzocht wijziging van de voorlopige voorziening van 20 november 2009 waarbij de man €340 per maand aan haar moest betalen. Zij stelde dat de rechtbank destijds onvolledige of onjuiste gegevens heeft gebruikt, met name het buiten beschouwing laten van het Achmea-pensioen, het onjuist hanteren van het AOW-pensioen en het negeren van het fiscale voordeel voor de man.
De rechtbank oordeelde dat artikel 824 Rv Pro wijziging toestaat bij onjuiste of onvolledige gegevens, ook als deze al bekend waren bij de eerdere beschikking. De rechtbank stelde vast dat het Achmea-pensioen bij de voorlopige voorziening wel degelijk in aanmerking genomen had moeten worden omdat verevening pas na echtscheiding mogelijk is. Ook werd erkend dat de man als alleenstaande recht heeft op een lager AOW-pensioen dan eerder aangenomen.
Het fiscale voordeel werd niet meegenomen, maar de vrouw had onvoldoende gesteld om te bewijzen dat dit onjuist was. De rechtbank concludeerde dat de voorlopige voorziening niet in stand kan blijven vanwege de onvolledige gegevens en wijzigde de onderhoudsbijdrage naar €600 per maand met ingang van 1 januari 2010. Het verzoek tot een hoger bedrag werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de voorlopige voorziening en bepaalt dat de man vanaf 1 januari 2010 €600 per maand aan de vrouw moet betalen.