ECLI:NL:RBMAA:2010:BL0322
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.A.E. van Binnebeke
- J. Wöretshofer
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzettelijke brandstichting woning
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk in brand steken van zijn woning. Forensisch onderzoek toonde twee brandhaarden aan en vond lege flessen wasbenzine en brandspiritus, maar er was geen direct bewijs dat verdachte de brand had gesticht. Verdachte ontkende steeds en verklaarde dat mogelijk anderen in zijn woning waren geweest.
De officier van justitie baseerde zich op het forensisch bewijs, eerdere dreigementen van verdachte en zijn opmerking na de brand om schuld aan te tonen. De verdediging voerde aan dat de brandbare stoffen gebruikelijke schoonmaakmiddelen zijn en dat verdachte geestelijk stabiel leek op de dag van de brand.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de brand had gesticht. De verklaringen van verdachte waren tegenstrijdig, maar er was ook geen bewijs van andere betrokkenen. Getuigen en psychiatrische rapporten gaven geen aanwijzingen voor brandstichting door verdachte.
De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Inbeslaggenomen voorwerpen werden gelast terug te geven aan verdachte. De rechtbank sprak verdachte vrij en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van opzettelijke brandstichting wegens onvoldoende bewijs.