ECLI:NL:RBMAA:2010:BL2265
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging uithuisplaatsing minderjarige bij pleegouders wegens onvoldoende onderbouwing
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij pleegouders. De raad stelde dat de ontwikkeling van het kind ernstig werd bedreigd door de pedagogische vaardigheden en persoonlijke problemen van de ouders, en dat het kind gebaat was bij rust in het pleeggezin. Bureau Jeugdzorg ondersteunde dit standpunt, terwijl de ouders en hun advocaat stelden dat de bedreiging niet was aangetoond en dat de voorlopige ondertoezichtstelling mede was gebaseerd op onjuiste meldingen van mishandeling.
De kinderrechter oordeelde dat hoewel mishandeling niet vaststond, de ondertoezichtstelling gerechtvaardigd was vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kwetsbare kind en het falen van eerdere vrijwillige hulp. Echter, de machtiging tot uithuisplaatsing werd afgewezen omdat niet was onderzocht of het kind thuis kon opgroeien met intensieve hulp, die de ouders met een psycholoog ontvingen. De gezinsvoogd en de raad konden niet motiveren waarom deze hulp niet volstond.
De rechtbank benadrukte dat het niet gaat om de wens van het kind of een vergelijking tussen pleeggezin en ouders, maar om de vraag of de ouders met hulp de noodzakelijke zorg kunnen bieden. De verstoorde relatie tussen ouders en pleegouders en het sociaal wenselijke gedrag van het kind maakten het belang van terugkeer naar huis extra urgent. De machtiging uithuisplaatsing werd daarom slechts verleend tot een korte termijn om terugkeer zorgvuldig voor te bereiden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de machtiging tot uithuisplaatsing af wegens onvoldoende onderbouwing en onvoldoende onderzoek naar thuisplaatsing met hulp.