ECLI:NL:RBMAA:2010:BL4278
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na verleende ontslagvergunning
De werknemer is sinds 1996 in dienst bij de werkgever en kreeg in 2009 een ontslagvergunning van het UWV Werkbedrijf wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst conform deze vergunning opgezegd met ingang van 12 maart 2010.
De werknemer verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op een eerder tijdstip wegens gewichtige redenen, waaronder lichamelijke klachten en vermeende verwijtbare gedragingen van de werkgever tijdens zijn ziekteperiode. Tevens stelde hij dat zijn functie niet inwisselbaar was en dat de gevolgen van de opzegging voor hem te ernstig waren.
De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst, ondanks de opzegging, nog voortduurt tot de opzegdatum en dat ontbinding op grond van artikel 7:685 BW Pro alleen mogelijk is bij een zodanige verandering in omstandigheden dat een eerdere beëindiging billijk is. De werknemer had onvoldoende feiten aangevoerd om dit te onderbouwen. Ook het argument van vervroegd pensioen werd niet gevolgd.
De kantonrechter concludeerde dat het verzoek tot ontbinding moet worden afgewezen en dat de proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wordt afgewezen; arbeidsovereenkomst eindigt op de opzegdatum.