ECLI:NL:RBMAA:2010:BL4307
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij tenuitvoerlegging Noorse drugsvonnis in Nederland
De rechtbank Maastricht behandelde de aanvraag tot tenuitvoerlegging van een Noorse veroordeling tegen een Nederlandse verdachte die was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor het invoeren van circa 24,9 kilogram amfetamine en 9,7 kilogram hasjiesj naar Noorwegen.
De verdachte was in Noorwegen veroordeeld wegens het organiseren en faciliteren van drugstransporten. De rechtbank nam de oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt voor de strafoplegging en oordeelde dat de rol van de verdachte in de organisatie van de drugshandel een gevangenisstraf van 72 maanden rechtvaardigde. Het specialiteitsbeginsel werd niet van toepassing geacht op de strafmaat.
De rechtbank verklaarde de tenuitvoerlegging van het Noorse vonnis toelaatbaar, aangezien aan alle voorwaarden van het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen en de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen was voldaan. De opgelegde straf werd vastgesteld op 72 maanden gevangenisstraf, met aftrek van de reeds in Noorwegen en Nederland doorgebrachte detentietijd.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer en uitgesproken op 16 februari 2010 in aanwezigheid van de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie.
Uitkomst: De rechtbank legt een gevangenisstraf van 72 maanden op ter tenuitvoerlegging van het Noorse vonnis met aftrek van reeds doorgebrachte detentietijd.