ECLI:NL:RBMAA:2010:BL6772
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontucht minderjarige
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van verkrachting en ontucht met zijn minderjarige nichtje. De tenlastelegging betrof seksuele handelingen gepleegd tussen 2003 en 2008, waarbij het slachtoffer toen jonger was dan twaalf respectievelijk zestien jaar.
De verdediging voerde onder meer aan dat verdachte geen tijdige rechtsbijstand had gekregen, dat er sprake was van ongeoorloofde druk tijdens politieverhoren en dat verklaringen onrechtmatig waren verkregen. De officier van justitie stelde dat verdachte afstand had gedaan van zijn recht op advocaat en dat er geen sprake was van grove schendingen van het recht op een eerlijk proces.
De rechtbank oordeelde dat verdachte uit eigen beweging afzag van een advocaat in de eerste uren en dat er geen ernstige schendingen waren die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigden. De verklaring van het slachtoffer stond onvoldoende steun in ander bewijs en de verklaring van verdachte over het aanraken van de onderbroek van het slachtoffer was niet per definitie ontuchtig. Er was geen ander bewijs dat de tenlastegelegde feiten overtuigend ondersteunde.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastegelegde feiten. De vordering van het slachtoffer tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard en zij werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor verkrachting en ontucht met minderjarige.