ECLI:NL:RBMAA:2010:BL6783
Rechtbank Maastricht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing sluitingsbesluit woning wegens handel in harddrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
Verzoekster is eigenaar van een woning waar haar zoon handelde in harddrugs. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloot de burgemeester de woning twaalf maanden te sluiten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter constateerde dat de burgemeester onvoldoende had onderzocht of de drugsoverlast nog bestond en of minder ingrijpende maatregelen mogelijk waren. Tevens was onvoldoende ingegaan op de vaststellingsovereenkomst tussen verzoekster en haar zoon, waarin deze zich verbond niet meer in de woning te komen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster bij behoud van haar woning zwaarwegend is en dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Daarom werd het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en naleving van proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginselen bij toepassing van bestuursdwang op grond van de Opiumwet.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op bezwaar.