ECLI:NL:RBMAA:2010:BL7365
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging zware mishandeling met voorbedachten rade door steken in bovenarm
Op 25 september 2009 heeft verdachte haar ex-vriend, die haar en haar moeder bedreigde, met een gekarteld broodmes in de rechterbovenarm gestoken. Zij had vooraf telefonisch een afspraak gemaakt om hem pijn te doen zodat hij zou stoppen met de bedreigingen. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat zij met voorbedachten rade handelde, aangezien zij tijd had om zich te beraden en bewust de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel aanvaardde.
De psychologische rapportage toonde aan dat verdachte leed aan een persoonlijkheidsstoornis met afhankelijke kenmerken en een gebrekkige geestelijke ontwikkeling, mede veroorzaakt door verwaarlozing in de jeugd en middelenmisbruik. Dit leidde tot een verminderd toerekeningsvatbaarheid ten tijde van het delict. De rechtbank hield hier rekening mee bij de strafoplegging.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 5 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en verplichting tot reclasseringsbegeleiding, inclusief mogelijke intramurale behandeling. De verdediging stemde in met de straf, maar pleitte voor ambulante behandeling. De rechtbank legde de geëiste straf op en voegde als bijzondere voorwaarde urinecontroles toe. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de onvoorwaardelijke straf.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten. Het vonnis werd uitgesproken op 5 maart 2010 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Maastricht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 voorwaardelijk, wegens poging zware mishandeling met voorbedachten rade.