ECLI:NL:RBMAA:2010:BL7927
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verbod op nevenwerkzaamheden ambtenaar vanwege belangenverstrengeling in prostitutiebranche
Eiser, werkzaam bij de Belastingdienst en eigenaar van een beheermaatschappij, was betrokken bij een onderneming die een herensociëteit (prostitutiebedrijf) zou exploiteren. Verweerder verbood deze nevenwerkzaamheden vanwege het risico op belangenverstrengeling en schade aan het aanzien van de dienst.
Eiser betoogde dat hij slechts aandelen beheerde en geen actieve rol speelde, dat hij zijn aandelen zou verminderen en ontslag zou nemen zodra de exploitatie startte, en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven. De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in strijd had gehandeld met het hoor- en wederhoor en dat de nevenwerkzaamheden terecht als verboden waren aangemerkt.
De rechtbank stelde vast dat de prostitutiebranche als fraudegevoelig wordt beschouwd en dat de betrokkenheid van eiser bij de bedrijfsvoering van de onderneming belangenverstrengeling en imagoschade kan veroorzaken. Het beroep tegen het besluit van 31 juli 2009 werd ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 7 april 2009 niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het verbod op nevenwerkzaamheden in de prostitutiebranche is ongegrond verklaard wegens risico op belangenverstrengeling en imagoschade.