ECLI:NL:RBMAA:2010:BM2066
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging tweede en derde voornaam minderjarige wegens ontbreken zwaarwegend belang
De vrouw verzocht de rechtbank om de tweede en derde voornaam van haar zevenjarige dochter te wijzigen, met als doel de banden van het kind met de vader door te snijden. De moeder stelde dat de huidige voornamen deels voortkomen uit een vergissing en dat de namen emotionele belasting veroorzaken vanwege de relatie met de vader en diens familie.
De vader verzette zich tegen het verzoek en stelde dat de voornamen in gezamenlijk overleg waren gekozen en dat er geen zwaarwegende redenen waren voor wijziging. Hij benadrukte dat de dochter jonger is dan twaalf jaar en haar belangen nog niet zelfstandig kan beoordelen.
De rechtbank overwoog dat voornamen een belangrijke rol spelen in de persoonlijke en emotionele identiteit van een persoon en dat een wijziging een ingrijpende maatregel is. Aangezien de dochter geen bijzondere last ondervindt van haar huidige voornamen en de moeder de gewenste naam als roepnaam kan gebruiken, zag de rechtbank geen zwaarwegend belang voor wijziging.
De rechtbank wees het verzoek af en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. Het vonnis werd uitgesproken door rechter L.J. Geerits op 6 april 2010.
Uitkomst: Verzoek tot wijziging van de tweede en derde voornaam van de minderjarige wordt afgewezen wegens ontbreken van een zwaarwegend belang.