ECLI:NL:RBMAA:2010:BM2323
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring huurprijscompensatie bedrijfshal
In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat hij te hoge huurprijs heeft betaald over de periode van 1 april 1999 tot en met 1 april 2008 vanwege ernstige gebreken aan het gehuurde, een bedrijfshal. Tevens vordert hij schadevergoeding ter compensatie van de te veel betaalde huurpenningen.
De verhuurder betwist de vordering en voert verjaring aan. De rechtbank stelt vast dat de gebreken reeds bekend waren bij eiser op 1 april 1999, waardoor de verjaringstermijn van vijf jaar op die datum is ingegaan. Omdat geen stuiting van de verjaring is gesteld of gebleken, is de vordering van eiser per 1 april 2004 verjaard.
De rechtbank oordeelt dat de vordering niet tijdig is ingesteld en wijst deze af. Tevens wordt eiser veroordeeld in de proceskosten van de verhuurder. De rechtbank gaat niet mee in het verweer dat de vordering zou zijn overgegaan op de vennootschap die de bedrijfsactiviteiten heeft overgenomen, omdat eiser geen partij was bij de indeplaatsstellingsovereenkomst.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens verjaring en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.