ECLI:NL:RBMAA:2010:BM3538
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens onvoldoende begeleiding bij beëindiging functie
De werknemer was sinds 1999 in dienst bij de werkgever en werd in 2009 ontslagen op grond van bedrijfseconomische redenen. Hoewel de functie van de werknemer werd opgeheven vanwege inkrimping, bleven werkzaamheden deels bestaan en was de omvang van het takenpakket afgenomen. De werknemer was 55 jaar en had een dienstverband van bijna 10 jaar, met beperkte kansen op de arbeidsmarkt.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever als ondernemer een ruime vrijheid heeft in reorganisatie, maar dat dit ontslag kennelijk onredelijk werd door het onvoldoende begeleiden van de werknemer naar ander passend werk of het treffen van een afvloeiingsregeling. De werkgever had slechts beperkte en onvoldoende activiteiten ondernomen om de gevolgen van het ontslag te verzachten.
Op grond van recente rechtspraak van de Hoge Raad werd de vergoeding niet berekend volgens een vaste formule, maar op basis van de specifieke omstandigheden, waaronder leeftijd, dienstverband en ernst van het tekortschieten van de werkgever. De kantonrechter stelde de vergoeding vast op €7.500 bruto. De gevorderde wettelijke rente en verhoging werden afgewezen, en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst is kennelijk onredelijk en de werkgever is veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €7.500 bruto.