ECLI:NL:RBMAA:2010:BM4081
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W. Oosterman
- M.C.A.E. van Binnebeke
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrifte
De rechtbank Maastricht heeft op 9 april 2010 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het doen van onjuiste aangiften voor de omzetbelasting en valsheid in geschrifte. Het onderzoek richtte zich op vermeende niet bestaande goederenstromen en valse facturen. De officier van justitie stelde dat verdachte feitelijk leiding gaf aan deze strafbare feiten, maar de verdediging voerde aan dat verdachte niet op de hoogte was en niet bevoegd was om in te grijpen.
Tijdens het onderzoek gaf medeverdachte wisselende verklaringen over het bestaan van goederenstromen en de rol van verdachte, wat de betrouwbaarheid van deze verklaringen ondermijnde. De rechtbank oordeelde dat deze verklaringen niet als bewijs konden dienen. Verder ontbrak elk ander overtuigend bewijs dat verdachte wist van de valsheid van de facturen of de onjuiste aangiften.
Gezien het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De rechtbank benadrukte dat verdachte niet als opdrachtgever of feitelijk leidinggevende kon worden aangemerkt en dat de vennootschappen niet konden worden veroordeeld wegens gebrek aan opzet en wetenschap.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van onjuiste aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrifte.