ECLI:NL:RBMAA:2010:BM4491
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W. Oosterman
- M.C.A.E. van Binnebeke
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak onjuiste aangiften omzetbelasting en veroordeling valsheid in geschrifte
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het valselijk opmaken van facturen. Uit het onderzoek bleek dat verdachte valse verkoopfacturen heeft vervaardigd, gericht aan een bedrijf, met het oogmerk deze als echt te gebruiken. Diverse getuigen verklaarden dat de facturen niet overeenkwamen met de werkelijkheid en dat verdachte deze zelf had opgemaakt met behulp van een typemachine of computer.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging betreffende de onjuiste aangiften omzetbelasting niet wettig en overtuigend bewezen kon worden, waardoor verdachte hiervan werd vrijgesproken. De verklaringen van verdachte over de rol van zijn medeverdachten waren wisselend en onbetrouwbaar, en er waren geen bewijzen dat medeverdachten wisten van de valsheid van de facturen.
Wel werd bewezen verklaard dat verdachte meermalen valsheid in geschrifte heeft gepleegd door het opmaken van valse facturen en het vervalsen van delen van de bedrijfsadministratie. De rechtbank achtte dit een ernstig strafbaar feit vanwege het belang van betrouwbaarheid in het economisch verkeer.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de overschrijding van de redelijke termijn en de gezondheidssituatie van verdachte. Uiteindelijk werd verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, en een werkstraf van zestig uur met mogelijkheid tot vervangende hechtenis. De tijd in voorarrest werd in mindering gebracht op de werkstraf.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van onjuiste aangiften omzetbelasting maar veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf maanden en een werkstraf van zestig uur voor valsheid in geschrifte.