ECLI:NL:RBMAA:2010:BM6640
Rechtbank Maastricht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot afgifte inboedelgoederen en afwijzing omgangsregeling in kort geding na echtscheidingsprocedure
Partijen zijn gehuwd en in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. De vrouw vordert in kort geding de man te veroordelen tot afgifte van een aantal inboedelgoederen die hij zonder toestemming heeft meegenomen uit de echtelijke woning, terwijl zij op grond van een eerdere beschikking het exclusieve gebruiksrecht van de woning en inboedel heeft. De man erkent het meenemen van enkele goederen, maar bestrijdt de omvang en stelt dat het onmogelijk is om de volledige boedel te bepalen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de man veroordeeld kan worden tot afgifte van de goederen die als inboedel zijn aan te merken, waarvan vaststaat dat hij die heeft meegenomen en die bij beslaglegging door de deurwaarder zijn aangetroffen. De afgifte moet binnen drie dagen na betekening van het vonnis plaatsvinden. De vrouw krijgt een dwangsom opgelegd van €200 per dag met een maximum van €5.000 om naleving af te dwingen.
De man vordert in reconventie een omgangsregeling met het minderjarige kind, maar deze vordering wordt afgewezen omdat zij een sterk declaratoir karakter heeft en er een lopend spoedonderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming is. De voorzieningenrechter benadrukt dat een kort geding zich niet leent voor waarheidsvinding en dat de belangen van het kind een zorgvuldige afweging vereisen.
De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot afgifte van specifieke inboedelgoederen binnen drie dagen en de vordering tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen.