ECLI:NL:RBMAA:2010:BM9294
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tegen executeur-testamentair in ouderlijke boedelverdeling
De moeder van eisers overleed in 2003 en liet haar nalatenschap na aan haar echtgenoot onder voorwaarde van betaling aan haar kinderen. De vader overleed in 2007 en benoemde gedaagde tot executeur-testamentair, met een legaat voor gebruik van een woning.
Eisers vorderden betaling van hun erfdeel uit de nalatenschap van hun vader. Gedaagde voerde verweer met schuldvermenging en onvoldoende middelen in de nalatenschap, stellende dat het legaat voorrang heeft.
De rechtbank oordeelde dat de vordering van eisers een persoonlijk recht is dat opeisbaar werd bij het overlijden van de vader. Schuldvermenging is niet van toepassing omdat eisers slechts aansprakelijk zijn voor hun erfdeel. Het legaat is ondergeschikt aan de vordering. Gedaagde als executeur moet goederen gelde maken om de schuld te voldoen.
De rechtbank verklaarde eisers niet-ontvankelijk in de vordering tegen gedaagde in persoon, maar veroordeelde gedaagde als executeur tot betaling van €184.945,89 plus rente en kosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt als executeur veroordeeld tot betaling van €184.945,89 plus rente aan eisers uit de nalatenschap.