ECLI:NL:RBMAA:2010:BN1044
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.H.M. Kuster
- M.C.A.E. van Binnebeke
- I. Dautzenberg
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens meervoudige oplichting
Verdachte is door de rechtbank Maastricht veroordeeld wegens meervoudige oplichting gepleegd tussen 2003 en 2006. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, bestaande uit onrechtmatig verkregen geldbedragen en vermeend rentevoordeel.
De rechtbank onderzocht de omvang van het voordeel aan de hand van bankafschriften en financiële overzichten, waarbij het totaalbedrag van onrechtmatig verkregen gelden werd vastgesteld op €71.487,31. De officier van justitie stelde daarnaast een rentevoordeel van €16.455,- vast, maar de rechtbank wees dit toe omdat niet voldoende was aangetoond dat verdachte daadwerkelijk kosten van rente had uitgespaard.
Verdachte had een civiele schikking getroffen met de benadeelde partij, maar de rechtbank oordeelde dat deze schikking niet in mindering kon worden gebracht op het te ontnemen bedrag, behalve de reeds betaalde drie rentebetalingen van in totaal €624,99. De rechtbank wees het verzoek tot matiging af, gelet op de draagkracht en omstandigheden van verdachte.
Uiteindelijk werd verdachte verplicht tot betaling van €70.862,32 aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het vonnis werd uitgesproken op 13 juli 2010 door de rechtbank Maastricht.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €70.862,32 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.