ECLI:NL:RBMAA:2010:BN5145
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing ouderschapsplan bij bijzondere gezinsverhoudingen na scheiding
De vrouw had tijdens haar huwelijk met man X een relatie met man Y, waaruit twee kinderen werden geboren. X is juridisch vader, maar de kinderen hebben sinds hun geboorte in het gezin van de vrouw en Y geleefd, zonder contact met X. Na scheiding van X trouwde de vrouw met Y, waarna ook zij gingen scheiden.
Beide partijen stelden dat een ouderschapsplan niet nodig was, omdat X niet de biologische vader is en geen contact met de kinderen heeft. De rechtbank oordeelde echter dat, gezien de bijzondere omstandigheden en het feit dat het kind een gezinsleven heeft met Y, de bepalingen van artikel 815 Rv Pro analoog toegepast moeten worden. Dit betekent dat alsnog een ouderschapsplan moet worden overgelegd of gemotiveerd waarom dit niet mogelijk is.
De rechtbank hield de beslissing vier weken aan om partijen de gelegenheid te geven het ouderschapsplan te overleggen. De vrouw had reeds aangegeven geen ouderschapsplan te willen opstellen vanwege de slechte verstandhouding, maar de rechtbank benadrukte het belang van het plan ter voorkoming van conflicten.
De uitspraak benadrukt de bescherming van het family life zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro en past de wettelijke verplichting tot overlegging van een ouderschapsplan ruimhartig toe in het belang van het kind en het gezinsleven met de biologische vader.
Uitkomst: De rechtbank hield de beslissing aan voor vier weken om alsnog een ouderschapsplan over te leggen vanwege het gezinsleven tussen het kind en de biologische vader.