ECLI:NL:RBMAA:2010:BN9224
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schending zorgplicht bank bij kredietverlening en tussentijdse verhoging
In deze civiele zaak stond centraal of Hoist Kredit AB had voldaan aan haar zorgplicht zoals neergelegd in artikel 28 van Pro de Wet op het consumentenkrediet (Wck). De kredietnemer vorderde dat de bank niet aan haar zorgplicht had voldaan bij het sluiten van de kredietovereenkomst en bij latere kredietverhogingen.
De rechtbank stelde vast dat partijen bij het sluiten van de kredietovereenkomst en bij de kredietverhogingen wilsovereenstemming hadden. Hoist had volgens de rechtbank voldoende onderzoek gedaan naar de kredietwaardigheid van de kredietnemer, waaronder het uitvoeren van BKR-checks en het opvragen van relevante financiële informatie. Verzoeken tot kredietverhoging werden gemotiveerd afgewezen of gedeeltelijk gehonoreerd.
De rechtbank oordeelde dat Hoist niet lichtvaardig had gehandeld en dat de kredietnemer onvoldoende had gesteld om het tegendeel te bewijzen. De vordering werd daarom afgewezen. In de vrijwaring werd geoordeeld dat de schuld in de gemeenschap van goederen viel en dat de draagplicht en verhaalbaarheid conform het Burgerlijk Wetboek waren geregeld. De proceskosten werden deels toegewezen en deels gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt de kredietnemer tot betaling aan Hoist met rente en proceskosten.