ECLI:NL:RBMAA:2010:BO0086
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- E.B.A. Ferwerda
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij aanrijding tijdens inparkeren
Verdachte reed in een bedrijfsauto met geblindeerde achterzijde en wilde achteruit inparkeren op een oprit aan de Burgemeester Beckersstraat te Landgraaf. Hij stopte, keek in beide buitenspiegels en zette het linker knipperlicht aan voordat hij begon met achteruitrijden. Op dat moment hoorde hij een motor optrekken, waarna een aanrijding ontstond.
De rechtbank stelde vast dat verdachte door de positie van de auto tijdens het achteruitrijden de weg in de richting van de motorrijder niet kon overzien. De verklaringen over de snelheid van de motor waren wisselend en onduidelijk. De officier van justitie voerde aan dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte alles had gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het primair tenlastegelegde (schuld aan aanrijding) als het subsidiair tenlastegelegde (gevaarzettend rijden). De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak, met de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij alle redelijke voorzorgsmaatregelen nam voordat hij achteruit de oprit opreed.