ECLI:NL:RBMAA:2010:BO1734
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Wöretshofer
- E.B.A. Ferwerda
- W.F.J. Aalderink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van schuld bij verkeersongeval tijdens achteruit inparkeren
Verdachte reed in een bedrijfsauto met geblindeerde achterzijde en wilde achteruit een oprit oprijden. Hij stopte, keek in beide buitenspiegels en zette zijn linker knipperlicht aan. Toen hij begon achteruit te rijden, hoorde hij een motor optrekken en vond het ongeval plaats. De rechtbank stelde vast dat verdachte door de positie van de auto de motor niet kon zien en dat hij alles had gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kon worden.
De officier van justitie stelde dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig had gehandeld door de manoeuvre uit te voeren terwijl de motor al dichtbij was, maar de rechtbank vond dat de snelheid van de motor niet betrouwbaar kon worden vastgesteld en dat verdachte voldoende voorzichtig was geweest. Ook het subsidiair tenlastegelegde gevaarzettend rijden kon niet bewezen worden omdat verdachte nog op de weg stond en niet op de oprit toen het ongeval gebeurde.
De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel het primair als het subsidiair tenlastegelegde. De benadeelde partij vorderde schadevergoeding, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte werd vrijgesproken. De zaak werd afgesloten met vrijspraak en de benadeelde werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor eventuele schadevordering.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij alle redelijke voorzorgsmaatregelen had genomen en het ongeval niet aan zijn schuld toe te rekenen is.