ECLI:NL:RBMAA:2010:BO1742
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Hazen
- S.V. Pelsser
- M.B. Bax
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige
De rechtbank Maastricht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige die aan zijn zorg was toevertrouwd. De tenlastelegging betrof handelingen gepleegd tussen 2006 en 2009 met een kind van 4 tot 8 jaar oud.
De officier van justitie baseerde zich vooral op de verklaringen van het slachtoffer en zijn familie, aangevuld met studioverhoren van het slachtoffer en zijn broer. De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar en deels onjuist waren en dat er geen ander zelfstandig bewijs was. Ook werden gedragsveranderingen bij het slachtoffer ontkend en ontbraken getuigen van het vermeende misbruik.
De rechtbank oordeelde dat volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro de verklaring van één getuige niet voldoende is zonder voldoende steun van ander bewijs. De verklaringen van ouders waren gebaseerd op het slachtoffer zelf en de verklaring van de broer was inconsistent en bevatte tegenstrijdigheden. Er waren geen andere getuigen of medische rapporten die het misbruik bevestigden. Daarom vond de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om de ontuchtige handelingen wettig en overtuigend bewezen te verklaren en sprak verdachte vrij.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. De rechtbank veroordeelde haar tevens in de proceskosten, begroot op nihil.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen.