ECLI:NL:RBMAA:2010:BO2008

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
27 oktober 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
155647 / FA RK 10-1548
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:119 BW§ 1363 BGB§ 1414 BGB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek rechterlijke goedkeuring wijziging huwelijkse voorwaarden onder Duits recht

Verzoekers, beiden Duits staatsburger en woonachtig in Nederland sinds 2003, zijn in Duitsland gehuwd en hebben daar huwelijkse voorwaarden opgesteld volgens het Duitse recht, waarbij het stelsel van Gütertrennung geldt. Zij wilden deze voorwaarden wijzigen en aanvullen met een artikel over wederkerige finale verrekening bij overlijden, waarvoor zij rechterlijke goedkeuring in Nederland vroegen op grond van artikel 1:119 BW Pro.

De rechtbank oordeelde dat de notariële akte geen rechtskeuze voor Nederlands recht bevat en dat het huwelijksgoederenregime derhalve onder Duits recht blijft vallen. Dit recht kent geen systeem van rechterlijke goedkeuring van huwelijkse voorwaarden. De rechtbank stelde dat de vraag of de voorgestelde wijziging in overeenstemming is met het Duitse recht niet aan de orde was.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, uitsluitend via een advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot rechterlijke goedkeuring van wijziging huwelijkse voorwaarden onder Duits recht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Beschikking: 27 oktober 2010
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de navolgende beschikking gegeven:
Zaaknummer: 155647 / FA RK 10-1548
In de zaak van:
[verzoeker 1],
en:
[verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
verzoekers,
notaris mr. R.A. Thissen.
1. Verloop van de procedure
Verzoekers hebben op 26 oktober 2010 ter griffie ingediend een verzoekschrift tot goedkeuring voor het wijzigen van huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk overeenkomstig het ontwerp van de notariële akte, dat bij het verzoekschrift is overgelegd.
2. Beoordeling
Verzoekers, beiden in het bezit van de Duitse nationaliteit, wonen sinds juni 2003 in Nederland. Zij zijn op [huwelijksdatum en -plaats] met elkaar gehuwd, in voor beiden tweede echt. Staande dat huwelijk hebben zij, eveneens in Duitsland, waar verzoekers op dat tijdstip woonden, huwelijkse voorwaarden gemaakt. Met en door die huwelijkse voorwaarden - een Ehevertrag op 19 mei 1983 voor H. Sierwald, Notar in Stade (Duitsland) verleden - hebben verzoekers het op grond van het Duitse recht geldende wettelijke stelsel van de Zugewinngemeinschaft (§ 1363 BGB) willen uitsluiten. De Ehevertrag voorziet in het contractueel stelsel van de Gütertrennung (§ 1414 BGB).
Thans willen verzoekers die huwelijkse voorwaarden wijzigen c.q. aanvullen met een artikel 8, houdende een verplicht wederkerige finale verrekening bij einde van het huwelijk door overlijden. Het verzoek strekt tot het verkrijgen van rechterlijke goedkeuring als bedoeld in artikel 1:119 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
De vraag is of verzoekers daarvoor rechterlijke goedkeuring behoeven. Het ontwerp van de door de notaris overgelegde akte bevat geen uitdrukkelijke rechtskeuze voor het Nederlandse recht en ook de tekst van het ontwerp van de akte waarin sprake is van een "aanvulling op hun reeds eerder gemaakte huwelijkse voorwaarden, welke integraal van kracht blijven" wijst niet erop dat verzoekers toepasselijkheid van het Nederlandse (huwelijksvermogens)recht wensen. Derhalve moet worden aangenomen dat het huwelijksgoederenregiem, ook na het passeren van de akte door de notaris, blijft onderworpen aan het Duitse recht en dat recht kent nu eenmaal niet de rechtsfiguur van "rechterlijke goedkeuring".
Een vraag van heel andere orde is of een verplicht wederkerige finale verrekening bij einde van het huwelijk door overlijden naar analogie van het Nederlandse recht (artikel 8, eerste lid, van het ontwerp van de akte) in overeenstemming is met het (interne) Duitse huwelijksvermogensrecht en het door verzoekers overeengekomen stelsel van de Gütertrennung. Die vraag ligt hier evenwel niet voor.
Een en ander leidt tot de volgende beslissing.
3. Beslissing:
Wijst het inleidende verzoek tot goedkeuring c.q. aanvulling van de door verzoekers overeengekomen huwelijkse voorwaarden af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.L.G. Geisel, rechter en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.
LF
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.