ECLI:NL:RBMAA:2010:BO2555
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechterlijke goedkeuring niet vereist bij rechtskeuze Nederlandse huwelijkse voorwaarden
Verzoekers, beiden Duits staatsburger en gehuwd onder Duits recht, wilden hun huwelijkse voorwaarden wijzigen en daarbij een rechtskeuze maken voor het Nederlandse recht. Zij vroegen de rechtbank om rechterlijke goedkeuring voor deze wijziging, zoals vereist volgens artikel 1:119 BW Pro.
De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 1:119 BW Pro in principe goedkeuring vereist voor wijziging van huwelijkse voorwaarden, artikel 8 van Pro de Wet conflictenrecht huwelijksvermogensregime (Wch) bepaalt dat deze goedkeuring niet nodig is wanneer echtgenoten een ander recht aanwijzen dan het recht dat voorheen van toepassing was. Dit is bedoeld om te voorkomen dat artikel 1:119 BW Pro een belemmering vormt voor het uitoefenen van de bevoegdheid tot rechtskeuze staande het huwelijk zoals geregeld in het Haag Huwelijksvermogensverdrag 1978.
Omdat verzoekers hun huwelijksvermogensregime integraal onder Nederlands recht wilden brengen en daarmee een rechtskeuze maakten, viel deze wijziging onder artikel 8 Wch Pro. De rechtbank wees het verzoek om rechterlijke goedkeuring daarom af, omdat deze niet vereist was. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het verzoek om rechterlijke goedkeuring voor wijziging van huwelijkse voorwaarden wordt afgewezen omdat deze niet vereist is bij rechtskeuze voor Nederlands recht.