ECLI:NL:RBMAA:2010:BO3709
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige machtiging voor gedwongen verblijf wegens onvoldoende effectiviteit maatregel
De rechtbank Maastricht behandelde een verzoek van de officier van justitie om een voorlopige machtiging te verlenen voor het gedwongen verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis op grond van de Wet Bopz. Betrokkene wordt gediagnosticeerd met een Bipolaire I stoornis, maar betwist deze diagnose en weigert medicatie. De behandelaar streeft ernaar betrokkene te motiveren tot behandelafspraken, maar de behandelrelatie is ernstig verstoord.
De rechtbank stelt vast dat het gevaar vooral ligt in de sociaal-maatschappelijke teloorgang bij uitblijven van behandeling, en niet in een actueel dreigend gevaar voor anderen. De gevraagde voorlopige machtiging betreft uitsluitend het verblijf, zonder dwangbehandeling, en is daarom niet effectief om het gevaar af te wenden. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat gedwongen verblijf noodzakelijk is om betrokkene tot behandeling te bewegen.
Op grond van het proportionaliteits- en doelmatigheidsbeginsel wordt het verzoek afgewezen. De rechtbank benadrukt dat het gevaar vooral voor betrokkene zelf is en dat betrokkene de gevolgen kennelijk accepteert. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige machtiging voor gedwongen verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis wordt afgewezen wegens onvoldoende effectiviteit van de maatregel.