ECLI:NL:RBMAA:2010:BO7304

Rechtbank Maastricht

Datum uitspraak
6 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
155938 / OT RK 10-1828
Instantie
Rechtbank Maastricht
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29d WjzArt. 1 sub f Wjz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg door Stichting Nidos

De rechtbank Maastricht behandelde het verzoek van Stichting Nidos tot machtiging voor uithuisplaatsing van een minderjarige asielzoeker in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. De minderjarige verblijft momenteel in voorlopige hechtenis en de Stichting oefent de voogdij uit sinds juli 2008. Het verzoek tot gesloten plaatsing werd onderbouwd met het belang van de minderjarige, die volgens de Stichting geen andere passende voorziening heeft en intensieve ambulante begeleiding onvoldoende resultaat bood.

De minderjarige stemde ter zitting in met het verzoek en gaf aan bewust te zijn van zijn problemen en de wens tot verandering. De rechtbank oordeelde echter dat op grond van artikel 29d, eerste lid, juncto artikel 1 sub f van Pro de Wet op de Jeugdzorg, alleen de Stichting Bureau Jeugdzorg van de woonplaatsprovincie van de jeugdige of de raad voor de kinderbescherming een dergelijk verzoek kan indienen.

Omdat Stichting Nidos niet tot deze kring van verzoekers behoort, verklaarde de rechtbank het verzoek niet-ontvankelijk. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en tegen deze uitspraak kan uitsluitend door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Uitkomst: Stichting Nidos is niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg.

Uitspraak

RECHTBANK MAASTRICHT
Sector Civiel
Datum uitspraak: 6 december 2010
Zaaknummer: 155938 / OT RK 10-1828
BESCHIKKING OP VERZOEK MACHTIGING UITHUISPLAATSING
IN EEN ACCOMMODATIE VOOR GESLOTEN JEUGDZORG
De kinderrechter heeft de navolgende beschikking gegeven met betrekking tot de minderjarige:
[de minderjarige], geboren te [geboortegegevens],
verder te noemen [de minderjarige],
advocaat mr. A. Hamm-van de Water,
kind van:
[de moeder], zonder bekende woon- of verblijfplaats,
en
[de vader], zonder bekende woon- of verblijfplaats.
1. Verloop van de procedure
Op 5 november 2010 heeft [de Stichting] jeugdbescherming voor vluchtelingen, verder te noemen [de minderjarige], een verzoekschrift tot machtiging uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 3 december 2010.
2. Vaststaande feiten
[de minderjarige] oefent sinds 10 juli 2008 de voogdij over [de minderjarige] uit. [de minderjarige] verblijft thans in het kader van voorlopige hechtenis in Het Keerpunt te Cadier en Keer.
3. Verzoek, grondslag en verweer
3.1
[de minderjarige] heeft verzocht een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg voor de duur van de termijn genoemd in het indicatiebesluit, te weten maximaal 8 maanden.
3.2
Ter onderbouwing van het verzoek heeft [de minderjarige] verwezen naar de bij het verzoek gevoegde motivering en rapportage en het navolgende – zakelijk weergegeven – aangevoerd.
Voor [de minderjarige] bestaat op dit moment geen andere passende voorziening dan een gesloten plaatsing. Ook intensieve ambulante begeleiding heeft niet het gewenste resultaat gehad. De vrees bestaat dat [de minderjarige] terugvalt in zijn oude gedrag en dat hij weer contact gaat opnemen met zijn oude vrienden. [de minderjarige] is zeer beïnvloedbaar. Het is in het belang van [de minderjarige] dat hij de noodzakelijke behandeling binnen een gesloten setting krijgt, zodat hij op een goede wijze naar zijn meerderjarigheid wordt begeleid.
3.3
[de minderjarige] heeft ter zitting ingestemd met het verzoek. [de minderjarige] is zich bewust van zijn problemen en hij wil hier graag verandering in aanbrengen. [de minderjarige] stelt dat hij meer hulp en begeleiding nodig heeft om dit te bereiken en dat een gesloten plaatsing hem zal helpen zijn vaste patroon te doorbreken.
4. Beoordeling
Ontvankelijkheid
De kinderrechter overweegt dat een verzoek tot machtiging uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg op grond van artikel 29 d, eerste lid in samenhang met artikel 1 onder Pro f, van de Wet op de jeugdzorg (hierna: Wjz) slechts kan worden ingediend door de Stichting Bureau Jeugdzorg van de provincie waarvan de jeugdige zijn woonplaats heeft of door de raad voor de kinderbescherming.
Nu de Stichting Nidos, die onderhavig verzoek heeft ingediend, dus niet behoort tot de kring van verzoekers die een machtiging tot uithuisplaatsing in gesloten jeugdzorg kan verzoeken, zal de kinderrechter het verzoek niet ontvankelijk verklaren.
5. Beslissing
De kinderrechter:
Verklaart de Stichting Nidos niet ontvankelijk in haar verzoek.
Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.A.E. Cornuit, kinderrechter, en in het openbaar op 6 december 2010 uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I.W.M.S. Frings, griffier.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.